Foutmelding

The answer you entered for the CAPTCHA was not correct.

Buva: van groothandel naar producent

Buva: van groothandel naar producent

Buva zit volgens algemeen directeur Rien Wisse middenin de transitie. Wisse maakte dat proces voor een groot gedeelte zelf mee. Tijdens [Bouwgroothandel Bijeen] deelde hij zijn ervaringen met de aanwezigen.

Wisse: “Buva bestaat sinds 1946 en werd door twee ondernemende mannen in een kleine kelder in Rotterdam opgericht. Revolutionair was dat het bedrijf in 1965 al een medewerker productontwikkeling aanstelde. Buva was een groothandel in ijzerwaren, maar besloot de eigen producten zelf te gaan ontwikkelen en die onder de eigen naam op de markt te brengen. Dat was in die tijd heel ongewoon. In de loop der jaren kwamen er allerlei producten bij in ons assortiment, onder andere ventilatieroosters in 1973. Sindsdien maken we er honderdduizenden per jaar. Ook gingen we installatiesystemen verkopen. Hoe dat kwam? De energietransitie deed zijn intrede. De overheid zette ons op het spoor om energiezuiniger te gaan bouwen. Nog later voegden we verwarming aan ons assortiment toe. In een aantal decennia maakten we een transitie door van groothandel in hang- en sluitwerk naar producent.”

Internet op things

Maar er gebeurde meer. “Ook de bouwwereld was enorm in beweging gekomen”, vertelt Wisse. “Mijn afstudeerdopdracht ging dertig jaar geleden over prefab bouwen. Een van de gecommitteerden zei: ‘prefab wordt het helemaal’. Hij had gelijk, al duurde dat nog jaren. Pas de laatste jaren komt het echt op. Inmiddels komt het grootste gedeelte van een woning uit de fabriek. Wij hebben daarop een goede manier op ingespeeld door alle elementen die we verkopen aan elkaar te koppelen met ‘the internet of things’. Het is een intelligent systeem met een goede werking en een hoog rendement voor koper en bouwer. Eigenlijk hebben we alles wat in de gevel zit, gekoppeld met de installaties in de woning. Een kastje in de meterkast praat met alle apparaten in de woning. Hierdoor kunnen we klanten service’n en houden we buiten wat buiten moet blijven. We koppelen daar zelfs tien jaar garantie aan vast met de mogelijkheid tot het afsluiten van een onderhoudscontract. Vroeger als je een woning kocht, kocht je een kale hut waarvan je moest accepteren wat erin zat. Aannemers van nu kijken naar woonbeleving. Klanten kopen een woning uit de wooncollectie die ze kunnen customizen. Bijvoorbeeld door die te laten voorzien van vloerbedekking of lampen te laten ophangen in de kleur die de klant wil. Wij haken daar op in.”

Mensen meekrijgen

“Dit systeem is ons antwoord op de toekomst in het bouwen. Maar dat is niet de belangrijkste boodschap die ik vandaag wil meegeven. De boodschap is dat verandering niet eenvoudig is. Met dit nieuwe concept haken we in op nieuwe ontwikkelingen, maar met het neerzetten van nieuwe producten ben je er niet. Het moeilijkste is om de mensen mee te krijgen. Een nieuwe positionering vraagt om een nieuwe manier van verkopen. Beslissingen die tot voor kort in de bouwkeet vielen, zijn nu strategische beslissingen die vroeg in het proces worden genomen. Dat vraagt om een andere benadering van de markt. Aannemers hebben een andere rol gekregen. Die zijn geen bouwer meer, maar een soort regievoerder. Ze moeten ervoor oppassen zichzelf niet overbodig te maken.

De bouwwereld moeten blijven opletten wat hun functie is. Wij als ketenpartijen moeten daarop blijven inspelen.”

Onderscheidend vermogen

Volgens Wisse had het bedrijf zeker nog bestaan als het niet veranderd was. “Maar het veranderen is wel ons onderscheidend vermogen geworden. In het ontzorgen van de klant, ligt onze toegevoegde waarde. Dat wil niet zeggen dat we er al zijn. We staan eigenlijk aan het begin. Twee jaar geleden begonnen we met de transitie, nu zijn we alles aan het uitrollen en halen we de eerste projecten binnen. We zijn steeds verder naar voren opgeschoven, doordat we ons in toenemende mate gingen bemoeien met hoe de producten eruit zien. We blijven ook altijd onderweg. Samenwerkingen zijn daarbij belangrijk. Faalkosten bijvoorbeeld kunnen naar beneden als je samenwerkt, eerder aan tafel aanschuift en digitaliseert. En dat is hard nodig want faalkosten zijn nog steeds veel te hoog en moeten de komende jaren echt omlaag. Ik ben ervan overtuigd dat de groothandel toekomst heeft. Al wordt dat wel bepaald door de mate waarop je de klant ontzorgt en de waarde die je toevoegt.”

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief