Foutmelding

The answer you entered for the CAPTCHA was not correct.

Bouwgroothandel wacht rol als ketenregisseur

Bouwgroothandel wacht rol als ketenregisseur

De overheid en de omgeving oefenen steeds meer druk uit op bouwbedrijven om de logistiek rond bouwplaatsen in de binnenstad te verbeteren. Onderzoek van TNO toont aan dat met slimme bouwlogistiek bovendien geld valt te verdienen. Bijvoorbeeld door de stroom bouwmaterialen te coördineren via een bouwhub aan de rand van de stad. De vraag is wie zo’n hub gaat runnen. TNO-onderzoeker Siem van Merriënboer: “De bouwgroothandel beschikt al over de infrastructuur en over de kennis.”

Nieuwe logistieke concepten maken het mogelijk om goedkoper en sneller te bouwen in de binnenstad. Het aantal ritten naar de bouwplaats kan met 50 tot 80 procent omlaag, wat leidt tot een betere doorstroming, minder uitstoot en minder hinder voor de omgeving.
Deze conclusies komen uit een recent onderzoek van TNO bij negen proeftuinen. Het meest kansrijke concept is het werken met een bouwhub aan de rand van de stad. De ervaringen daarmee zijn unaniem positief, stelt TNO-onderzoeker Siem van Merriënboer. “Neem de bouwprojecten in Utrecht rondom het Centraal Station. Die bouwplaatsen zijn moeilijk bereikbaar, liggen in een druk gebied met veel voetgangers en bussen en hebben vaak maar één ingang met weinig ruimte. Een bouwhub aan de rand van de stad kan dan fungeren als een buffer in ruimte en tijd. Zo’n bouwhub is wel goed bereikbaar, is 24 uur per dag open en heeft volop ruimte. Daarvandaan kunnen de juiste materialen op het juiste moment geconsolideerd worden vervoerd naar de bouwplaats.”

Logistiek coördinator
Een bouwhub alleen is echter niet voldoende. Die functioneert alleen optimaal als op de bouwplaats een logistiek coördinator aanwezig is: een specialist die de bouwmaterialen afroept, die de leveringen plant en die ervoor zorgt dat voldoende kraancapaciteit beschikbaar is om de materialen zo snel mogelijk naar de juiste verdieping te brengen. “De werknemers houden zich daarmee niet bezig. Die gaan er vanuit dat het benodigde materiaal aanwezig is als ze ’s ochtends op de bouwplaats arriveren. Voor de uitvoerder is logistiek niet meer dan een bijzaak. Het gevolg is dat ’s ochtends om zes uur vaak al een colonne vrachtauto’s staan te wachten om te mogen leveren. Als dat bij het Centraal Station in Utrecht gebeurt, leidt dat tot opstoppingen en onveilige situaties. Een logistiek coördinator kan dat voorkomen”, stelt Van Merriënboer.
Een ander probleem is dat ook een logistiek coördinator vaak niet weet of voldoende bouwmateriaal aanwezig of onderweg is. Bouwbedrijven en hun onderaannemers maken misschien wel afspraken met bouwgroothandels over de aanlevering, maar op de bouwplaats zijn die afspraken niet altijd bekend. Ook op de bouwplaats zelf bestaat onvoldoende inzicht in de aanwezige voorraden. “Een warehouse management systeem zoals in het magazijn van een bouwgroothandel ontbreekt. In het ideale geval weet een logistiek coördinator op elk moment hoeveel materiaal op de bouwplaats, in de bouwhub of bij de bouwgroothandel ligt”, verklaart Van Merriënboer.

Control tower
Bouwgroothandels kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan een betere coördinatie van de materiaalstromen. “Een belangrijke verbetering is de invoering van een bouwticketsysteem. Bouwgroothandels of hun vervoerders kunnen via dit systeem een tijdvenster oftewel bouwticket reserveren voor aanlevering van hun materialen. Als de vrachtauto te vroeg is, moet hij wachten. Is hij te laat, dan moet hij een nieuw bouwticket aanvragen. Maar aan alleen een bouwticketsysteem heeft de logistiek coördinator niet genoeg”, weet Van Merriënboer. “Hij heeft een ‘control tower’ nodig dat hem inzicht biedt in de positie van alle vrachtauto’s, zodat hij die kan sturen. Als een vrachtauto door files te laat komt, kan hij besluiten om voorrang te geven aan een andere vrachtauto die al in de buurt is. Bouwgroothandels moeten dan wel inzicht kunnen geven in de positie van hun vrachtauto’s.”
Het Bouw Informatie Model (BIM) zou de input voor een dergelijke ‘control tower’ kunnen leveren. Vooralsnog biedt het BIM echter geen ondersteuning voor de bouwplanning, die de basis voor de bestelopdrachten en transportopdrachten vormt. “Ander probleem is dat het BIM niet gedetailleerd genoeg is. Op het laagste detailniveau staan in het BIM bouwelementen zoals een wand, maar niet de materialen waaruit die wand is opgebouwd. Groothandels kunnen de eerste stap daartoe zetten door hun assortiment te ontsluiten via het BIM.”

Internet of things
Van Merriënboer verwacht dat bouwgroothandels in de toekomst de vraag krijgen om hun materialen te voorzien van een passieve of actieve RFID-tag. Met een dergelijke chip in combinatie met sensoren en het internet of things kan worden gevolgd waar de materialen op de bouwplaats staan. “In één van de proeftuinen hebben we al geëxperimenteerd met RFID-tags. Op twee verdiepingen zijn bij de uitgang van de goederenlift ‘gateways’ geplaatst met sensoren die de tags registreren. Op die manier kon de logistiek coördinator zien of de juiste materialen op de juiste verdieping werden afgeleverd. Maar toen het experiment eenmaal van start was gegaan, zag hij helemaal niets. Wat bleek? De werknemers op die verdiepingen hadden de stekkers van de gateway eruit getrokken omdat ze die stopcontacten nodig hadden voor hun eigen gereedschap”, vertelt Van Merriënboer met een kleine glimlach. “Alleen door gewoon aan de slag te gaan met nieuwe technologieën, ontdek je dit soort problemen.”
Het taggen van alle materialen geeft niet alleen inzicht in materiaalstromen, maar voorkomt ook dat materialen kwijt raken. Hoe vaak gebeurt het niet dat bouwmaterialen opnieuw worden besteld omdat de eerdere levering niet is terug te vinden? “Als het gaat om bijvoorbeeld tegels, wordt vaak extra besteld vanwege snijverlies en productschade. Bij een van de bouwprojecten in Utrecht zijn na de eerste twee fases zoveel tegels overgebleven, dat de bestelling voor de derde fase kon worden gecanceld. Meer inzicht in materiaalstromen voorkomt dat nodeloos teveel wordt besteld.”

Regisseursrol
De grote vraag die overblijft, is wie die bouwhubs gaat runnen. Bouwbedrijven als VolkerWessels pakken zelf die rol op, terwijl ook logistiek dienstverleners hier kansen zien. Van Merriënboer ziet hier een rol weggelegd voor bouwgroothandels. “Die hebben vaak al een magazijn aan de rand van de stad die kan functioneren als een hub. Nederland telt in totaal honderden van dergelijke hubs. Bouwgroothandels beschikken dus al over de infrastructuur, maar hebben ook kennis van de materialen en verstand van logistiek. Zij kunnen ook die rol van ketenregisseur oppakken, juist omdat ze het grootste deel van de materialen voor de afbouwfase leveren. In die fase zien we veel kleine materialen en matig beladen vrachtauto’s. Daar zit de grootste winst”, stelt Van Merriënboer.
Enkele bouwgroothandels zoals Technische Unie en Raab Karcher hebben hiervoor al concepten ontwikkeld. “Zij leveren just-in-time bouwmaterialen op karren, zodat de runners op de bouwplaats die naar de juiste locatie kunnen brengen en de vakmensen niet zelf materialen hoeven te zoeken en te ver­­sjouwen. Zij kunnen hun rol versterken door hun infrastructuur open te stellen voor andere leveranciers en logistieke diensten voor hen te vervullen.”

Bestaansrecht
Het probleem is de kosten. Transport zit nu bij de prijs van bouwmaterialen inbegrepen. Aanleveren van bouwmaterialen via een hub betekent een extra schakel en dus extra kosten. Toch? “Kosten zouden geen probleem mogen vormen”, stelt Van Merriënboer. “Uit het onderzoek blijkt dat het leveren aan een bouwhub in plaats van aan een bouwplaats in de binnenstad een tijdsbesparing oplevert van 80 minuten per rit. Daar zit dus veel logistieke winst. Nog meer winst is te behalen op de bouwplaats: door een goed geoliede logistieke machine gaat de arbeidsproductiviteit omhoog en daarmee de doorlooptijd van een bouwproject naar beneden. Bouwbedrijven en hun onderaannemers moeten bij de inkoop van materialen niet alleen kijken naar de prijs, maar ook naar de logistiek. Tegelijkertijd moeten bouwgroothandels meer inzicht krijgen in hun eigen logistieke kosten, zodat besparingsmogelijkheden zichtbaar worden. Het wordt tijd dat bouwgroothandels aan activity based costing gaan doen.”
De koplopers zien kansen in bouwlogistiek, maar het grote peloton van kleine en middelgrote bouwgroothandels blijft daarbij achter. Van Merriënboer: “Wij zien bouwbedrijven en logistiek dienstverleners die kansen zien in bouwlogistiek, maar ook producenten die nadenken over rechtstreeks leveren aan bouwplaatsen. Er wordt nu nog veel te veel gebruik gemaakt van spoedleveringeren die nodig zijn door de gebrekkige logistieke coördinatie op de bouwplaats. Wat betekent dit voor de bouwgroothandel als de coördinatie verbetert en die spoedleveringen niet meer nodig zijn?” 

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief