Foutmelding

The answer you entered for the CAPTCHA was not correct.

Bouwgroothandel moet voorwaarts integreren

Bouwgroothandel moet voorwaarts integreren

De ketensamenwerking in de bouw komt maar niet van de grond. Na de crisis zijn veel bouwbedrijven en hun opdrachtgevers teruggevallen in oude gedragspatronen, stelt prof.dr. Jack van der Veen van Nyenrode Business Universiteit. “Het belangrijkste wat de bouwgroothandel kan doen, is voorwaarts integreren. Minder denken in voorraad en assortiment, meer in toe­gevoegde waarde.”

“Dramatisch.” Dat is het korte antwoord van Jack van der Veen op de vraag hoe het gesteld is met ketensamenwerking in de bouw. Hij sprak over dit thema tijdens het eerste congres van het Bouwgenootschap. Het lange antwoord van de hoogleraar supply chain management aan Nyenrode Business Universiteit begint met een verwijzing naar de hoge faalkosten, waardoor bouwbedrijven tien tot vijftien procent van hun omzet meteen weer kunnen wegstrepen. Door betere samenwerking in de keten gaan die faalkosten omlaag. “Gebrek aan coördinatie en het ontbreken van een gezamenlijke planning zijn belangrijke redenen waarom die faalkosten zo hoog zijn. Door meer ketensamenwerking verloopt alles sneller, beter, 
efficiënter, innovatiever, duurzamer en leuker.”

Langetermijnrelaties
Al twaalfenhalf jaar probeert Van der Veen het thema samen met vastgoedspecialist Marcel Noordhuis – aan Nyenrode gepromoveerd op ketensamenwerking in de bouw – op de agenda te krijgen. Lange tijd hadden bouwbedrijven en hun opdrachtgevers niet of nauwelijks belangstelling voor het thema. Dat veranderde volledig toen in 2008 de financiële crisis uitbrak. Opeens zagen bouwbedrijven ketensamenwerking als instrument om langetermijnrelaties met opdracht­gevers op te bouwen en zich op die manier te verzekeren van werk. “In de bouw is immers alles een project. Dat betekent dat voor elk project steeds weer opnieuw het wiel wordt uitgevonden en dat in elk project steeds weer opnieuw dezelfde fouten worden gemaakt. Ketensamenwerking gaat over projectongebonden samenwerking tussen partners die opereren in dezelfde keten met dezelfde gezamenlijke doelstellingen. 
Dat biedt de mogelijkheid om te leren van fouten”, legt Van der Veen uit.
Gedurende een aantal jaren durfde Van der Veen te spreken van een duidelijk toenemende interesse. Hij zag een groeiende bereidheid om het thema op te pakken, maar constateerde ook dat de traditionele, in tientallen jaren ingesleten manier van werken slechts met moeite te veranderen was. Geduld was nodig, maar al het geduld verdween toen de financiële crisis voorbij was en het werk weer voor het oprapen lag. “Bouw­bedrijven vallen veelal weer terug in het oude gedrag. Natuurlijk zijn er onder de koplopers enkele uitzonderingen, maar in het grote peloton van bouwbedrijven komt van ketensamenwerking niets terecht”, aldus een soms moedeloze Van der Veen. 

‘Crises genoeg’
Heeft de crisis dus niet lang genoeg geduurd? “Dat is maar hoe je het bekijkt”, stelt Van der Veen. “We hebben een schreeuwend tekort aan vakmensen, grondstoffen die schaarser en dus duurder worden en de energietransitie die eraan staat te komen. Crises genoeg.”
De betrokken partijen in de bouw trappen steeds weer in dezelfde valkuilen. De hoogleraar spreekt over een klassiek voorbeeld van de agency theory. Een opdrachtgever zoals een woningcorporatie ontwikkelt plannen voor een appartementencomplex, maar heeft een specialist nodig om dat complex te realiseren: het bouwbedrijf. Het kenmerk van een specialist is dat die een kennis- en informatievoorsprong heeft. Het bouwbedrijf gebruikt die voorsprong om buiten het belang van de woningcorporatie om zijn eigen belang te dienen. “Met andere woorden: hij loopt de kantjes eraf”, legt Van der Veen uit. “De woningcorporatie wil dat niet en probeert alles vooraf dicht te timmeren met tenders en contracten. Het gevolg is dat het bouwbedrijf geen stap meer zet dan is afgesproken. Elke partij opereert vanuit het eigen belang, niet het gezamenlijk belang.”
De oplossing start met het delen van informatie. Dat maakt het mogelijk om activiteiten op elkaar af te stemmen, om een gezamenlijke planning op te stellen. Uiteindelijk leidt ketensamenwerking tot transparantie in kostprijzen en transparantie in de verdeling van baten. “Als het gaat over delen van informatie, wordt vaak gewezen op het bouwinformatiemodel (BIM), maar nog niet iedereen is daarop aangesloten. Op bouwplaatsen lopen nog steeds mensen rond met tekeningen van drie versies geleden. Ketensamenwerking werkt bovendien alleen als we monitoren hoe goed iedereen presteert. Hoe snel werkt iedereen? Hoe hoog zijn de materiaalkosten? Hoeveel hebben we met z’n allen verdiend? Maar dat wordt allemaal niet systematisch bijgehouden. Of zoals iemand uit de bouw ooit zei: wat we niet meten, willen we niet eens weten.”
Van der Veen heeft de moed niet helemaal opgegeven. Zijn presentatie op het eerste congres van het Bouw­genootschap kreeg de titel ‘Leven tussen hoop en vrees’. “Ik blijf hopen dat er een groeiend aantal verstandige mensen opstaan die snappen dat het zo niet langer kan. Of dat er langzaam maar zeker een jongere generatie met een andere kijk op ketensamenwerking aan de knoppen gaat draaien.”

Toegevoegde waarde
De bouwgroothandel opereert aan het andere einde van de keten. Daar ligt niet de oplossing stelt Van der Veen. “Als toeleverancier van bouwbedrijven en hun onderaannemers is de bouwgroothandel onderdeel van het probleem, maar niet de probleemeigenaar. Het belangrijkste wat de bouwgroothandel kan doen, is voorwaarts integreren. De bouwgroothandel leeft van zijn voorraad, maar moet minder in assortiment en meer in toegevoegde waarde denken”.
Van der Veen ziet mooie voorbeelden op het gebied van bouwlogistiek. Denk aan bouwgroothandels die hun goederen in overleg met bouwbedrijven aanleveren in hubs aan de rand van de stad, waarna ze geconsolideerd en op afroep worden aangeleverd op de bouwplaats. “De concepten liggen klaar maar worden nog niet breed opgepikt. Een andere ontwikkeling is conceptueel bouwen, waarbij componenten elders in elkaar worden gezet en op afroep worden afgeleverd. Dat betekent dat ook bouwgroothandels anders moeten aanleveren”, stelt Van der Veen. 
Voorwaarts integreren betekent meedenken met de klant en met de klant van de klant. Mooie voorbeelden zijn groothandels die het installatiemateriaal per woning aanleveren, zodat installateurs zelf niet meer alles bij elkaar hoeven te zoeken. Of groothandels die zelf alvast onderdelen monteren, zoals de kraan op een wasbak. Van der Veen: “Voor elke bouw is materiaal nodig, maar vaak wordt daar niet zo goed over nagedacht. Groothandels kunnen op dat vlak een proactievere houding aannemen, maar dat is niet eenvoudig. Dat vraagt een andere manier van denken.”  

Wasco ontzorgt zijn klanten
Een goed voorbeeld van een voorwaarts integrerende groothandel is Wasco. De groothandel in verwarming en sanitair moet wel, stelt Gerrit-Anne de Jong tijdens het Smart Logistics Event. “Bol.com verkoopt tegenwoordig ook thermostaten. Op alleen prijs en beschikbaarheid winnen we de strijd niet meer. Onze toegevoegde waarde zit niet in het leveren van artikelen, maar in het vergroten van de efficiëntie van onze klanten”, aldus De Jong, die als manager value added services uitsluitend is gericht op het vergroten van die toegevoegde waarde.

Wasco kruipt graag met klanten om tafel om hun processen beter te begrijpen. “Onze klanten zijn installatiebedrijven. De beschikbaarheid van personeel is hun grootste probleem. Goede installateurs zijn niet te vinden. De installateurs die ze wel hebben kunnen vinden, zijn de helft van hun tijd bezig met het ophalen, uitzoeken en verplaatsen van onderdelen. Dat is zonde van hun tijd.”
De Jong heeft met zijn team nieuwe diensten ontwikkeld, waardoor installateurs minder tijd verliezen aan eenvoudige, vaak logistieke handelingen. Een voorbeeld is het monteren van componenten. Wasco draait alvast de kranen op wastafels, zodat de installateurs dat niet meer hoeven te doen. Een ander voorbeeld zijn de ontzorgboxen, bestemd voor grote projecten met bijvoorbeeld zeshonderd identieke appartementen. In zo’n box zitten alle materialen die een installateur voor één appartement nodig heeft. “Nu staat op de bouwplaats vaak nog een grote container, waarin de installateur zelf al die materialen bij elkaar moet zoeken. Omdat de installateur nu volledig wordt ontzorgd, is een lage prijs opeens niet meer zo belangrijk. Of wij als technische groothandel over tien jaar nog bestaansrecht hebben? Ja, maar alleen als we erin slagen de problemen van onze klanten op te lossen.”

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief